bomen
voorbij de vlakte trillend in de zon
doemt aan de horizon een fort: de bomen
ze wijken waakzaam, ik mag binnenkomen
krijg schaduw, vogels wijzen me een bron
familie leeft hier: ouden in het midden
de jongsten her en der, nooit ver, rechtop
de doden nog; ze buigen aan de top
alsof ze, elkaar strelend, fluist’rend bidden
dit is een thuis vertrouwder dan het eigen
hier wil ik wonen, sterven en proberen
om wat de bomen weten zelf te leren
stil blijven staan en langzaam wortels krijgen
naar wolken kijken, reiken, storm trotseren
het lukt me wel: ik kan al bijna zwijgen
(nav Jules Renard, Histoires Naturelles, Une famille d’arbres) |